Zonder bewijs: 137 dagen cel Jan Nieboer; EU Commissie erkent platicvervuiling WindTurbines

Wat doe je als je opkomt voor je eigen leefomgeving, en de staat je daarvoor opsluit? Jan Nieboer werd in 2010 bij toeval betrokken bij de plannen voor 285 windturbines in Groningen en Drenthe. Hij werd woordvoerder van duizenden bewoners en voerde vijftien jaar lang het gesprek dat niemand anders durfde te voeren.💨 In deze aflevering vertelt Jan hoe die plannen tot stand kwamen, waarom bezwaar maken bij voorbaat kansloos was en wat windturbines volgens hem doen met mens, dier en de waarde van je huis. Van slagschaduw en laagfrequent geluid tot mensen die in een camper slapen omdat het in huis niet meer lukt. Ook leggen we de geldstromen bloot. Wie betaalt die turbines eigenlijk, wie verdient eraan en wat staat er precies op jouw energierekening?💶 Daarna gaat het over de prijs die Jan betaalde. Hij vertelt over de dreigbrieven waar hij niets mee te maken had, over het arrestatieteam dat hem in 2019 uit een DHL-busje kwam ophalen en over de jaren van procedures die volgden. De procureur-generaal concludeerde dat het bewijs ontbrak, de Hoge Raad veroordeelde hem toch.⚖️ Tot slot spreken we over hoe het nu verder gaat, over de gang naar het Europese Hof en over de vraag waarom hij ondanks alles doorgaat. Want wat blijft er van een rechtsstaat over als iemand zonder bewijs veroordeeld kan worden?🌍 00:00:00 Intro 00:03:09 Hoe 100 megawatt elk bezwaar bij voorbaat kansloos maakte 00:10:55 Platform Storm, 285 turbines en de streepjescodegesprekken 00:17:15 Laagfrequent geluid, slagschaduw en een verdikte hartspier 00:23:20 Wie betaalt dit? Kijk op je eigen energierekening 00:30:58 Een DHL-busje voor de deur, acht man in het arrestatieteam 00:34:51 Brandende hooischuur en betonblokken in het graan 00:42:30 Een ton van je huiswaarde af, en niemand die luistert 00:50:55 Veroordeeld zonder een enkel bewijsstuk 00:56:04 Afgeluisterd sinds 2014, met een tracker onder zijn auto 01:02:35 137 dagen cel en een Hoge Raad die niets motiveert 01:12:11 Zeven landen slopen ze al: de gang naar het Europees Hof In deze podcast: 💨 De plannen voor 285 windturbines en hoe die erdoorheen kwamen 😴 Slagschaduw, laagfrequent geluid en wat het met mensen doet 🐄 De gevolgen voor dieren en de waarde van je woning 💶 Wie betaalt de windturbines en wie verdient eraan 📨 De dreigbrieven en de aanhouding door het arrestatieteam ⚖️ Veroordeeld terwijl het bewijs volgens de procureur-generaal ontbrak 🇪🇺 De gang naar het Europese Hof ✨ Waarom hij ondanks alles doorgaat

Microplastics afkomstig van windturbines: Europese Commissie erkent voor het eerst officieel plasticvervuiling

Brussel – De Europese Commissie heeft voor het eerst officieel toegegeven dat windturbines kunststofdeeltjes verspreiden en dat deze slijtagedeeltjes ongecontroleerd in het milieu terechtkomen. Dit volgde op een vraag van het Oostenrijkse Europarlementslid Gerald Hauser, die een schatting noemde van maximaal 62 kilogram microplastics per windturbine per jaar, meldt Blackout News.

Hoewel de Commissie dit cijfer niet accepteert, bevestigt zij expliciet de plasticuitstoot zelf, onder verwijzing naar wetenschappelijke studies. Dit is een officiële bevestiging van een voorheen weinig opgemerkte milieubelasting, met name in de context van elektriciteitsopwekking die politiek gezien als bijzonder milieuvriendelijk wordt beschouwd.

Microplastics afkomstig van windturbines zijn daarom geen theoretisch probleem meer.

De cruciale passage in het antwoord van de Commissie is opvallend ondubbelzinnig. Er staat: “Studies tonen aan dat de plasticuitstoot van windturbines veel lager is dan die van andere bronnen.” Hiermee discussieert Brussel niet langer over de vraag of windturbines plastic uitstoten. De Commissie plaatst de hoeveelheid slechts in perspectief door deze te vergelijken met banden, verf of textiel.

Dit punt verandert de classificatie van het milieubeleid. Windturbines stoten tijdens hun werking geen verbrandingsgassen uit zoals kolen- of gasgestookte elektriciteitscentrales. Desondanks zijn het geen emissievrije industriële installaties. Regen, hagel en vuil botsen met hoge snelheid tegen de gecoate rotorbladen. Dit veroorzaakt erosie, met name van de voorranden, terwijl er tegelijkertijd plastic materiaal van de beschermende coatings afbrokkelt.

Het gewicht van 62 kilogram blijft controversieel, maar de schaafwonden niet.

De door Hauser genoemde 62 kilogram per turbine is gebaseerd op een Noorse extrapolatie. De Commissie bevestigt dit cijfer niet expliciet. Ze verwerpt de fundamentele uitstoot van microplastics echter ook niet, maar verwijst naar andere studies met lagere waarden. Een DTU-studie uit 2026 schat, onder ongunstige omstandigheden, de uitstoot op maximaal 340 gram microplastics per rotorblad per jaar. Met drie rotorbladen zou dit theoretisch neerkomen op ongeveer één kilogram per turbine.

Andere berekeningen leveren echter afwijkende resultaten op. Een DTU-studie uit 2024 concludeerde dat offshore windturbines tussen de 80 en 1000 gram plastic per rotorblad per jaar verliezen. TNO berekende daarentegen ongeveer 240 gram per jaar voor een moderne offshore turbine van 15 megawatt in 2025. De exacte orde van grootte blijft daarom onzeker. Deze studies betwisten echter niet dat er plastic van de rotorbladen slijt.

Zelfs bij onderhoudswerkzaamheden komen er extra plasticdeeltjes vrij.

Er is ook een tweede emissieroute. Tijdens reparaties slijpen technici beschadigde oppervlakken af ​​en werken ze met composietmaterialen. Een studie van de Technische Universiteit van Denemarken schat de resulterende plasticuitstoot op 40 tot 160 gram per blad per jaar op het land. Op zee lopen de berekeningen uiteen van 90 tot 600 gram. Microplastics ontstaan ​​dus niet alleen door weersinvloeden, maar ook tijdens onderhoudswerkzaamheden.

Het is daarom opmerkelijk dat de EU zelf nu om uitgebreidere studies vraagt. Een Horizon Europe-programma roept op tot veldmetingen van de milieueffecten van offshore windparken tijdens de exploitatie, het onderhoud en de ontmanteling. In de oproep tot het indienen van voorstellen wordt expliciet melding gemaakt van de productie van plastic deeltjes door een groot aantal windturbines. Bovendien moeten de potentiële cumulatieve effecten van de enorme offshore-uitbreiding worden onderzocht. Daarmee erkent de EU dat belangrijke aspecten van de milieueffectbeoordeling nog niet volledig zijn vastgesteld.

Het gevolg hiervan is dat windenergie niet zomaar gelijkgesteld kan worden aan kolen- of gascentrales. Conventionele energiecentrales veroorzaken aanzienlijke extra emissies vanwege hun brandstoffen. De politieke voorstelling van windenergie als een praktisch “schone” elektriciteitsbron schiet echter ook tekort. Decennialang lag de focus van regelgeving op emissies van fossiele brandstofcentrales, filtertechnologie en emissiegrenzen. Daarentegen is de systematische overweging van dergelijke materiële emissies van windturbines pas relatief recent begonnen. De officiële erkenning door de Commissie maakt deze lacune nu zichtbaar.

Auteur: Blackout News
Bronnen gebruikt: OTS (31.08.26) – Politique Papers (12.08.26) – TKP (31.08.26)

Headerafbeelding: De Europese Commissie bevestigt de aanwezigheid van microplastics afkomstig van windturbines: deeltjes laten los van de rotorbladen en komen ongecontroleerd in het milieu terecht.
Symbolische afbeelding: gegenereerd door AI.

Zijn windturbines zijn schadelijk voor het milieu?

 

Op basis van de beschikbare gegevens is het aannemelijk dat de vrijkomende deeltjes van Bisfenol A (BPA) en microplastics door windturbines de bijdrage van windturbines aan de totale BPA-blootstelling van mensen zeer gering is, zeker in vergelijking met alledaagse bronnen zoals voedselverpakkingen, plastic flessen en thermisch papier. De exacte bijdrage hangt af van factoren als het type gebruikte materialen en de omstandigheden waaronder deze aan het milieu worden blootgesteld.

“De geschatte jaarlijkse emissie van Bisfenol A (BPA) per windturbine is maximaal 2 gram. Dat is verwaarloosbaar ten opzichte van andere bronnen.”
— Provincie Flevoland/ Sweco, 2023

Lees meerAlle 7 meest gestelde vragenVragen en antwoorden

Wat is Bisfenol A (BPA)?

Bisfenol A (BPA) is een chemische stof die in veel producten voorkomt in plastic producten die worden toegepast in bijvoorbeeld bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen, (voedsel)verpakkingsmateriaal en speelgoed. Daarnaast wordt BPA onder meer gebruikt als basis voor epoxy-verven en -lijmen.

De website Waar Zit Wat In van de Rijksoverheid laat zien dat BPA in veel plastic producten zit en soms wordt gebruikt in verpakkingsmateriaal voor voedsel. BPA kan uit producten loskomen (migreren), vooral via eten en drinken, en zo in kleine hoeveelheden in ons voedsel terechtkomen.

Bij windturbines kan BPA in kleine hoeveelheden in epoxy zitten, dat wordt gebruikt als hars voor de bladen van de turbines en een basis kan zijn voor de beschermende coatings. Voor windturbines wordt ook veel gebruikgemaakt van coatings van polyurethaan, waar geen BPA in zit.

Hoeveel Bisfenol A krijgen we binnen?

Een RIVM-rapport uit 2016, Dietary sources of exposure to bisphenol A in the Netherlands concludeert dat de totale hoeveelheid BPA die mensen in Nederland via voedsel binnenkrijgen zeer beperkt is. Zelfs onder de meest ongunstige omstandigheden ligt de blootstelling 30 keer onder de toen geldende tolereerbare dagelijkse inname (TDI). Het onderzoek maakt ook duidelijk dat niet één voedselbron een grote bijdrage levert, maar dat alle voedselbronnen afzonderlijk een kleine bijdragen hebben.

De Europese Commissie (EC) heeft diverse maatregelen genomen om de blootstelling aan BPA te verlagen. Zo zorgden wetswijzigingen voor een verbod op het gebruik van BPA in kassabonnetjes of babyflesjes, meldt RIVM. Het gebruik van BPA en sommige andere bisfenolen in voedselcontactmaterialen wordt de komende jaren afgebouwd. Dit betekent dat Bisfenol A de komende jaren nog wel in voedselverpakkingsmaterialen kan zitten.

Zit BPA in windturbinebladen?

BPA kan in kleine hoeveelheden in de epoxy van windturbinebladen zitten, dat wordt gebruikt als hars voor de bladen en kan zo een basis kan zijn voor de beschermende coatings. Voor windturbines wordt echter ook veel gebruikgemaakt van coatings van polyurethaan, waar geen BPA in zit.

RIVM heeft een verkenning gedaan naar de uitstoot van chemische stoffen en microplastics bij windturbines op land. Deze quickscan is gedaan in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Het is nog onbekend welke stoffen dit precies betreft, tot welke concentraties in het milieu dit leidt en of er daardoor daadwerkelijk sprake is van risico’s voor mens en milieu. Uit eerder uitgevoerde onderzoek blijkt dat dit sterk per coating kan verschillen en RIVM concludeert dat vervolgonderzoek nodig is om meer inzicht te verkrijgen. 

Wat zegt onafhankelijk Nederlands onderzoek?

“Windturbines dragen in zeer beperkte mate bij aan de emissie van microplastics. Deze bijdrage is verwaarloosbaar ten opzichte van andere bronnen zoals verkeer en textiel.”
RIVM, Quickscan microplastics windturbines, 2022 (Zie ook: Helpdesk Wind op Land)

Witteveen+Bos concludeert in een notitie voor Waterschap Rijn en IJssel en IJsselwind dat de emissie van BPA per windturbine maximaal circa 2 gram per jaar bedraagt. Dit ligt ruim onder de wettelijke norm van 1,25 kilogram per jaar voor ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ (ZZS) uit puntbronnen. De werkelijke uitstoot is vermoedelijk nog lager, zeker wanneer extra beschermende coatings op turbinebladen worden toegepast.

Ook Royal HaskoningDHV (RHDHV) bracht in opdracht van de provincie Flevoland de risico’s voor bodem en watersysteem in kaart. Zij becijferen een verwachte maximale uitstoot van 14 kg microplastics en 2 gram BPA per jaar per windturbine, met waarschijnlijk lagere waarden van respectievelijk 1 kg microplastics en 0,2 gram BPA. De conclusie van dit onderzoek is dat de uitstoot van microplastics en BPA uit windturbines marginaal is ten opzichte van andere bronnen zoals verkeer, industrie en landbouw.

Wat zegt internationaal peer viewed onderzoek?

In 2024 is relevant peer viewed onderzoek gedaan door de Technische Universiteit van Roskilde, in Denmark. (‘Microplastics Emission from Eroding Wind Turbine Blades: Preliminary Estimations of Volume).

Gebruikmakend van het volledige portfolio van Deense windparken kwantificeren de onderzoekers “de jaarlijkse massa van plastic afkomstig van bladslijtage op ongeveer 1,6 ton per jaar, wat een orde van grootte minder is dan die van schoeisel en wegmarkering en drie ordes van grootte minder dan die van banden.”

Daarbij wordt wel opgemerkt dat hoewel de bijdrage van windbladslijtage klein is in vergelijking met andere bronnen, de resultaten van dit werk het belang onderstrepen van (A) effectieve beschermingsranden van windturbines, (B) regelmatig en efficiënt onderhoud, en (C) de optimale keuze van gebruikte materialen.

Grafiek: Gegevens over de uitstoot van microplastic in de EU in 2016. | Bron: het genoemde onderzoek.

Wat betekent dit in de praktijk?

Bisfenol A (BPA) komt in discussies over windturbines vooral terug via één mogelijke route: slijtage van de buitenlaag van turbinebladen (leading edge erosion door regen en zand). In Nederlandse beoordelingen wordt de verwachte BPA-uitstoot per turbine ingeschat op grammen per jaar en daarmee zeer klein vergeleken met andere bronnen van BPA in het milieu.

In de praktijk richten ontwikkelaars en fabrikanten zich daarom vooral op het beperken van bladslijtage: betere bescherming van de voorrand (coatings, tapes of shells), inspectie en tijdige reparatie. Daarnaast worden productiereststromen en onderhoudsafval gecontroleerd afgevoerd, en investeert de sector in recycling en meer circulaire bladmaterialen om de milieu-impact over de hele keten verder te verminderen.

Waarom deze vraag vaak terugkomt

De vraag of windturbines schadelijk zijn voor het milieu komt regelmatig terug. Dat is begrijpelijk, omdat bij nieuwe energieprojecten niet alleen wordt gekeken naar de opbrengst van elektriciteit, maar ook naar mogelijke effecten op bodem, water en leefomgeving.

Daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen het bestaan van emissies en de vraag hoe groot die in de praktijk zijn. Onderzoek laat zien dat windturbines in zeer beperkte mate kunnen bijdragen aan de uitstoot van microplastics en bisfenol A, maar dat deze bijdrage klein is in verhouding tot andere bronnen.

Dat neemt niet weg dat deze effecten zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Juist daarom zijn onderzoek, monitoring en technische maatregelen, zoals beschermende coatings op turbinebladen, belangrijk om emissies verder te beperken.

Meer weten? Wij verwijzen hiervoor graag door naar de Helpdesk Wind op Land.

 

Ontdek de voordelen van het